Select region: 

As of June 2017 all Government News has been added to the Government News Archive. We look forward to providing you with more services through our Government Publications. Stay tuned for more insights on our new website releasing soon.

Ex-inspecteur Volksgezondheid van Curaçao pleit voor zorgvuldigheid

DINSDAG 11 juni 2013

Huurman: Ik bestrijd dat ik voor rechter heb gespeeld

Sinds ik ruim een maand geleden afscheid nam van mijn tijdelijke functie als Inspecteur voor de Gezondheidszorg hebben de media op Curaçao meermalen bericht over uitlatingen van minister Whiteman en (waarnemend) inspecteur-generaal Alcalá betreffende mijn handelen. Uiteraard kan ik alleen maar afgaan op de weergave in kranten en op websites, maar als ik die kan geloven dan was er nogal wat mis. Ik zou onder meer de wet niet kennen, fouten hebben gemaakt bij de aangiftes wegens fraude, voor rechter hebben gespeeld en vooral sensatie hebben gezocht. Zware aantijgingen, kortom. Ik ben mij ervan bewust dat er in de laatste weken van mijn verblijf op Curaçao sprake is geweest van spanningen tussen Whiteman en Alcalá enerzijds en mijn persoon anderzijds.

Dat betrof dan met name de stijl van opereren, in het bijzonder de mate waarin ik openheid gaf van de zaken die ik aantrof en de maatregelen die ik nam. Naar mijn oordeel is het de opdracht van een publieke dienst als de Inspectie voor de Gezondheidszorg om tegenover de bevolking verantwoording af te leggen over doen en laten. Daar dachten en denken Whiteman en Alcalá anders over. Dat is ook meermalen onderwerp van discussie geweest. De zaken die mij sinds mijn vertrek worden verweten, zijn nieuw voor mij, en zijn ook nimmer met mij besproken. Sterker. Ik heb, zoals ook was afgesproken, in de week van mijn vertrek een uitvoerig overdrachtsdocument samengesteld, en dit op vrijdag 3 mei besproken met Joe Alcalá. Tijdens dat gesprek is niets van de latere verwijten naar voren gekomen. Ook toen ik weer in Nederland was, heeft noch Ben Whiteman, noch Joe Alcalá zich per telefoon, brief of e-mail tot mij gericht met enig inhoudelijk verwijt. Het is ten minste onzorgvuldig om dat dan wel te doen in uitlatingen tegenover de media, terwijl het lijdend voorwerp (ondergetekende dus) zich niet (meer) kan verdedigen. Via deze weg dan toch weerwoord.

Om te beginnen over het al dan niet kennen van de wet. Aangezien Alcalá dit verwijt niet heeft gespecificeerd, wordt het moeilijk me hiertegen te verdedigen. Laat ik volstaan met te zeggen dat al mijn formele stappen in het bijzonder het opleggen van ‘aanwijzingen’ getoetst zijn door de juriste van de Inspectie voor de Gezondheidszorg. Als daar al fouten bij zijn gemaakt hetgeen ik bestrijd dan zijn dat fouten die mede gemaakt zijn door één van de slimste wetgevingsjuristes van Curaçao. Mij lijkt dat Joe Alcalá daar als basisarts minder verstand van heeft. In lijn daarmee is ook het verwijt van de fouten bij de fraudeaangiftes onbegrijpelijk. Ook dit document is tot stand gekomen in nauwe samenspraak met dezelfde juriste.

Ik bestrijd ook dat ik in mijn (publieke) optreden voor rechter heb gespeeld. Het past bij de rol van Inspecteur voor de Gezondheidszorg om klachten in te dienen bij het Medisch Tuchtcollege. In die rol is de inspecteur goed te vergelijken met een officier van justitie. Daarbij past het formuleren van de overtuiging dat een arts zich schuldig heeft gemaakt aan een omschreven misstap. Het oordeel of zo’n ver wijt terecht is, en welke     sanctie daarbij past, is aan het Tuchtcollege, niet aan de inspecteur. Ik begrijp dat de (waarnemend) inspecteur-generaal publiekelijk heeft verklaard dat opsporing van fraude niet tot de taak van de inspectie behoort. Het is inderdaad niet de kerntaak, maar mij lijkt dat het tot de wettelijke plicht van de inspectie behoort om aangifte te doen, indien fraude wordt geconstateerd bij het reguliere onderzoek naar patiëntveiligheid. Dat is precies wat er is gebeurd. Bij het onderzoek naar patiëntveiligheid van maagverkleiningsoperaties bleek een aanzienlijk deel van de OK-lijsten en medische dossiers te zijn vervalst. Dat heeft geleid tot een klacht bij het Medisch Tuchtcollege en (conform de plicht van een overheidsdienaar) tot aangifte bij het Openbaar Ministerie.

Als Joe Alcalá beweert dat bij deze laatste activiteit fouten zijn gemaakt, dan dient hij dat zorgvuldig te onderbouwen. Zo niet, dan is het een poging tot karaktermoord op de voormalige Inspecteur voor de Gezondheidszorg. Ten slotte de openbaarheid. De nieuwe Inspecteur voor de Gezondheidszorg Mourillon heeft verklaard dat hij zijn werk liever in de beslotenheid zal uitvoeren. Dat lijkt me een stap terug en ook niet passen in de ontwikkeling die toezichthoudende instanties wereldwijd hebben doorgemaakt. Zie bijvoorbeeld de publieke verantwoording van de Inspectie voor de Gezondheidszorg in Nederland. Met het kiezen voor beslotenheid, en het tegelijkertijd onderuithalen van de stappen die de vorige inspecteur heeft gezet, lijken de minister en de Inspectie voor de Gezondheidszorg de spreekwoordelijke Curaçaose doofpot in ere te herstellen. Daarmee worden de belangen van een kleine groep artsen beschermd, níet die van de overgrote meerderheid van de Curaçaose bevolking. Jan Huurman is voormalig tijdelijk Inspecteur voor de Gezondheidszorg op Curaçao.

Bron:  Antilliaans Dagblad

Share this page:
« Back
Back to Top